Relatieonderzoek doet iets duurs. Het haalt allebei de partners binnen, laat ze los van elkaar dezelfde vragenlijsten invullen en volgt ze maanden of jaren. De aanname eronder is dat het beeld pas rond is als de ander ook gehoord is.
In 2020 legden 86 onderzoekers hun bestanden op één hoop om die aanname na te rekenen. Drieënveertig langlopende onderzoeken uit 29 laboratoria, samen 11.196 stellen, en een rekenmethode die zelf mocht uitzoeken welke van de 2.413 metingen ertoe deden.
Wat iemand zelf over de relatie vond, verklaarde tot 45 procent van de verschillen in tevredenheid op het startmoment. Wat de partner over diezelfde relatie invulde, legde daar niets bovenop. Het onderzoek verscheen in augustus 2020 in PNAS.
Alvast 5 van de belangrijkste punten
- Zesentachtig onderzoekers legden 43 langlopende onderzoeken uit 29 laboratoria bij elkaar.
- Het eigen oordeel over de relatie verklaarde tot 45 procent van de verschillen in tevredenheid.
- Wat de partner over die relatie invulde, kwam op 15 procent en voegde daarna niets toe.
- Karakter en achtergrond haalden 21 procent en verdwenen zodra het relatie-oordeel meedeed.
- Op de vraag wie er gelukkiger of ongelukkiger op werd, kwam geen model boven 5 procent.
Wat er op de hoop ging
Dat zoveel laboratoria hier tijd in steken heeft een reden. De onderzoekers openen hun artikel met de samenhang tussen relatiekwaliteit en gezondheid en welbevinden, ongeveer zoals eenzaamheid daar aan vastzit. De oproep liep in de tweede helft van 2018 via vakgroepen, sociale media en het Open Science Framework.
Achtenveertig onderzoeksgroepen zegden hun bestand toe, 43 leverden het ook, en elk bestand kreeg een eigen analyseplan dat vooraf vastlag. Bij de eerste meting ging het om 22.163 deelnemers en 2.413 vragen en schalen. De stellen werden gemiddeld vier keer gemeten over veertien maanden.
Het eigen oordeel tegen dat van de ander
Wat iemand over de relatie zelf invulde, ving 45 procent van de verschillen op het startmoment. Dezelfde vragen, ingevuld door de partner over diezelfde relatie, kwamen op 15 procent. Bij persoonskenmerken was het verschil nog groter, 19 procent tegen 5 procent.
Daarna gebeurde er niets meer. Het eigen oordeel en dat van de partner samen kwamen op 46 procent, de persoonskenmerken van allebei samen op 21 procent, en alles bij elkaar op 44 procent. Op de laatste meting van elk onderzoek bleef 18 procent over voor het relatie-oordeel en 12 procent voor persoonskenmerken.
Voor- en nadelen van machinaal voorspellen van relatiekwaliteit
Voordelen
- Voor alle 43 bestanden lag het analyseplan vast voordat de gegevens werden doorgerekend.
- De methode toetst elke beslisboom op deelnemers die bij het bouwen ervan buiten beeld bleven.
- Elke gemeten variabele kreeg dezelfde kans, ook variabelen die nooit gepubliceerd waren.
- Ruim de helft van de stellen kwam uit een onderzoek dat bewust lage inkomens opzocht, en dat bestand gaf hetzelfde beeld als de andere 42.
Nadelen
- Van de 1.149 relatievariabelen was 99,4 procent een schaal die deelnemers zelf invulden.
- Alle bestanden kwamen uit zes westerse landen, met het zwaartepunt in Noord-Amerika.
- De methode meldt of een variabele meetelt en niet hoe sterk of in welke richting.
- Op het startmoment werden voorspeller en uitkomst op hetzelfde moment gemeten.
Die laatste regel is de belangrijkste van de acht. De 45 procent op het startmoment is samenhang en geen vooruitblik. Het echte vooruitkijken zit in de meting aan het eind van elk onderzoek, en daar bleef 18 procent over.
De vijf die bovenaan eindigden
De vijf sterkste relatievoorspellers waren waargenomen toewijding van de partner, waardering, seksuele tevredenheid, waargenomen tevredenheid van de partner en conflict. Ze staan in de vragenlijsten als gewone zinnen. “Mijn partner wil dat onze relatie voor altijd duurt.” “Ik bof enorm dat mijn partner in mijn leven is.” “Hoe tevreden bent u over de kwaliteit van uw seksleven?” “Onze relatie maakt mijn partner heel gelukkig.” “Hoe vaak heeft u ruzie met uw partner?” Twee van de vijf gaan over hoe de ander erin staat, zoals degene die invult hem ziet. De andere drie over wat die zelf voelt, over de seks en over ruzie. Van waargenomen toewijding kwamen tien metingen langs, waarvan er negen meetelden. Bij seksuele tevredenheid waren dat er twintig, met achttien treffers.
Bij de persoonskenmerken stonden tevredenheid met het leven, negatieve stemming, somberheid, angstige hechting en vermijdende hechting bovenaan. Die lijst voorspelde op zichzelf redelijk. Zodra het oordeel over de relatie meedeed, hield er niets van over, en dat gold ook voor de trekken die iemand aan zijn partner toeschrijft.
Verklarende woordenlijst
- Random Forests: een rekenmethode die duizenden beslisbomen bouwt op steeds een ander deel van de gegevens en de uitkomsten daarvan middelt.
- Verklaarde variantie: het deel van de verschillen tussen mensen dat een model kan navertellen, uitgedrukt in procenten.
- Zelfrapportage: gegevens die deelnemers zelf op een schaal invullen, zonder dat iemand hun gedrag waarneemt of meet.
- Preregistratie: het vooraf vastleggen van de analyse, zodat achteraf niet naar een gunstige uitkomst gezocht kan worden.
- Meta-analyse: een berekening die de uitkomsten van losse onderzoeken samenvoegt tot één getal met een marge eromheen.
Waar het model niets van maakte
De onderzoekers stelden ook de vraag die er voor stellen het meest toe doet. Wie wordt er in het komende jaar gelukkiger, wie ongelukkiger? Geen enkele van die berekeningen kwam boven 5 procent uit, en de marges overlapten elkaar zo ruim dat er geen volgorde in te leggen viel.
Voor commitment als uitkomst gold hetzelfde beeld, met schattingen die gemiddeld 3 procent lager lagen. De meta-analyseeen berekening die de uitkomsten van losse onderzoeken samenvoegt tot één getal met een marge eromheen. over de 43 bestanden liet twaalf mogelijke verstorende factoren los op de uitkomst, van studieduur tot land. Geen daarvan raakte de onvoorspelbaarheid van de verandering.
De onderzoekers wijzen zelf op de verklaring die het meest voor de hand ligt. Wat een relatie de komende jaren beter of slechter maakt, gebeurt pas ná de meting. Een ziekte, een verhuizing, een kind, een baan die omvalt. Zulke dingen staan niet in een vragenlijst uit maand nul.
Wat het onderzoek niet gemeten heeft
Alles wat erin ging was zelfrapportagegegevens die deelnemers zelf op een schaal invullen, zonder dat iemand hun gedrag waarneemt of meet.. Van de 1.149 relatievariabelen bestond 99,4 procent uit schalen die de deelnemers zelf invulden. Er is geen gesprek gefilmd, geen hormoon geprikt en geen scheiding geteld. Wat stellen samen dóén bleef buiten beeld.
Ook de omstandigheden gingen als vragenlijst naar binnen. Inkomen, stress en steun uit de omgeving werden uitgevraagd en niet opgezocht in een belastingaangifte of een wijkstatistiek. Daar staat tegenover dat elk van de 43 analyseplannen als preregistratiehet vooraf vastleggen van de analyse, zodat achteraf niet naar een gunstige uitkomst gezocht kan worden. vastlag, dus achteraf naar een gunstige uitkomst zoeken kon niet.
Random Forestseen rekenmethode die duizenden beslisbomen bouwt op steeds een ander deel van de gegevens en de uitkomsten daarvan middelt. vertellen bovendien niet hoe sterk of in welke richting iets werkt. De uitkomst is verklaarde variantiehet deel van de verschillen tussen mensen dat een model kan navertellen, uitgedrukt in procenten. plus een lijst variabelen die meetelden. Die 45 procent slaat op de verschillen tussen mensen en niet op iemands geluk.
De wetenschappelijke eye-opener
Onder aan de lijst met relatievariabelen staat “kinderen hebben”. Van de modellen waarin die vraag meedeed, telde hij in ongeveer één op de tien echt mee, tegen ruim acht op de tien voor waargenomen toewijding bovenaan diezelfde lijst. Dat is geen maat voor sterkte maar voor hoe vaak iets meetelde.
Conclusie
Bij 11.196 stellen was het oordeel over de relatie zelf de sterkste voorspeller van relatiekwaliteit. Wat de partner over diezelfde relatie invulde en wat allebei voor karakter hadden, legde daar niets bovenop. De onderzoekers houden het erop dat de invloed van de ander binnenkomt via hoe de relatie ervaren wordt.
De tweede uitkomst is ongemakkelijker. Niemand kon aanwijzen wiens relatie beter of slechter zou worden, ook niet met 2.413 metingen en duizenden beslisbomen. Wat er bovenaan eindigde is waardering, waargenomen toewijding en een gebrek aan ruzie, en dat zijn alle drie dingen die zich in het heden laten opmerken.
Geraadpleegde bronnen:
De onderstaande referenties vormen de inhoudelijke onderbouwing van dit artikel.
- Joel, Eastwick e.a. (2020) – het onderzoek zelf, met de opzet, de aantallen, de methode en alle gemeten waarden.
- Preregistratie van het project (2018) – het analyseplan zoals dat op 15 juni 2018 werd vastgelegd.
- Analyseplannen per bestand – de 43 afzonderlijke plannen en de aantekeningen bij afwijkingen.
- Uitkomsten per bestand – de resultaten van elk van de 43 onderzoeken los.
- Meta-analytische bestanden – de lijst met alle getoetste voorspellers en de berekening van de slaagpercentages.
Gerelateerde artikelen
Veelgestelde vragen
Wat voorspelt relatiekwaliteit het best?
Het oordeel van iemand over de relatie zelf. Waargenomen toewijding van de partner, waardering, seksuele tevredenheid, waargenomen tevredenheid van de partner en conflict stonden bovenaan.
Betekent dit dat je partner er niet toe doet?
Dat staat er niet. De onderzoekers houden het erop dat de invloed van de partner binnenkomt via hoe iemand de relatie zelf ervaart.
Wat betekent die 45 procent precies?
Het is 45 procent van de verschillen tussen mensen in tevredenheid op het startmoment. Het is geen aandeel van iemands geluk en het is ook geen voorspelling vooruit.
Kon het onderzoek voorspellen welke relatie beter of slechter zou worden?
Nee. Geen enkele berekening kwam boven 5 procent uit, ongeacht welke combinatie van vragenlijsten erin ging.
Hoe groot was dit onderzoek?
Drieënveertig langlopende onderzoeken uit 29 laboratoria, samen 11.196 stellen en 22.163 deelnemers bij de eerste meting. Zesentachtig onderzoekers werkten eraan mee.




















