Sommige kruiden uit mijn mand zijn lief en onschuldig. Smeerwortel hoort daar niet bij. Dit is een krachtpatser met een indrukwekkende staat van dienst en een keerzijde die je echt moet kennen.
Ik werk al jaren met wilde planten, en smeerwortel is er een waar ik veel respect voor heb. Je leest hier waar de naam vandaan komt, wat het uitwendig kan, hoe ik het gebruik en waarom het nooit naar binnen mag.
Alvast 5 van de belangrijkste punten
- De oude naam van dit kruid verraadt meteen waar onze voorouders het voor inzetten.
- Van alle kruidenzalfjes is dit een van de weinige met echt onderzoek erachter.
- Er is één gouden regel die je nooit mag overtreden met deze plant.
- Op een open wond hoort het juist niet, en daar zit een goede reden achter.
- In de berm lijkt het op een beruchte gifplant, dus kijk goed voor je plukt.
Het kruid dat botten zou lijmen
Smeerwortel draagt zijn gebruik gewoon in de naam. Vroeger smeerde men het fijngestampte wortelmoes op kneuzingen en verstuikingen. In het Engels heet de plant zelfs knitbone, oftewel beenlijmer.
De plant houdt van vochtige plekken, langs sloten en in ruige hoeken. Vanaf mei hangen er klokvormige bloemen in paars, roze of room. De officiële naam is Symphytum officinale, en net als kleefkruid staat het gewoon in het wild.
De oude faam draait helemaal om herstel. Men gebruikte het voor blauwe plekken, verstuikte enkels en zelfs bij het helen van botten. Mijn oma noemde het, net als brandnetel, een kruid waar je zuinig op moest zijn.
Wat smeerwortel uitwendig kan
Hier wordt het echt interessant, want smeerwortel is een van de weinige kruiden met stevig onderzoek achter de uitwendige werking. In klinische studies verzachtte een zalf met smeerwortelwortel de pijn bij artrose van de knie en bij acute rugpijn.
Een kritisch overzicht vond overtuigend bewijs bij verstuikte enkels, rugpijn en artrose. In een aantal onderzoeken deed de zalf bij spierpijn en kneuzingen niet onder voor een gangbare ontstekingsremmende gel.
De werking komt vooral van allantoïne en rosmarijnzuur. Allantoïne zet cellen aan tot herstel van weefsel, en rosmarijnzuur remt ontsteking. Samen verklaren ze waarom een smeersel zo prettig voelt op een pijnlijke plek.
Zo gebruik ik smeerwortel
Zelf werk ik het liefst met een kant-en-klare zalf of met een kompres. Voor een kompres roer ik een eetlepel smeerwortelpoeder met lauw water tot een papje, smeer dat op een doek en leg het op de pijnlijke plek.
Ik gebruik het alleen op hele, gave huid en nooit langer dan een paar weken achter elkaar. Zo behoud ik de werking en blijf ik ver weg van de keerzijde die nu komt.
Verklarende woordenlijst
- Smeerwortel: de wilde plant Symphytum officinale, vanouds gebruikt op kneuzingen en verstuikingen.
- Allantoïne: een stof in smeerwortel die cellen aanzet tot herstel van weefsel.
- Rosmarijnzuur: een ontstekingsremmende stof die onder meer in smeerwortel zit.
- Pyrrolizidine-alkaloïden: stoffen in smeerwortel die de lever kunnen beschadigen, vandaar dat je het nooit inneemt.
De keerzijde die je moet kennen
Smeerwortel bevat pyrrolizidine-alkaloïden. Die stoffen kunnen de lever ernstig beschadigen en stapelen zich op in de loop van de tijd. Daarom geldt de gouden regel: smeerwortel gaat nooit naar binnen, dus geen thee en niet eten.
Ook op de huid is voorzichtigheid geboden. Houd het weg bij open wonden, want via kapotte huid komen de stoffen makkelijker binnen. Zwangere vrouwen, mensen die borstvoeding geven en kinderen slaan het helemaal over.
En let goed op waar je plukt. Zonder bloemen lijkt smeerwortel op het giftige vingerhoedskruid. Smeerwortel heeft ruwe, puntige bladeren, terwijl vingerhoedskruid zachtere, rondere bladeren draagt. Twijfel je, laat de plant dan gewoon staan.
Voor- en nadelen van smeerwortel
Voordelen
- Een van de best onderzochte kruidenzalven tegen pijn
- Helpt bij verstuikingen, kneuzingen en knie-artrose
- Bevat de herstelstof allantoïne
- Gratis in het wild te vinden
Nadelen
- Nooit innemen vanwege gevaar voor de lever
- Niet op open wonden of kapotte huid gebruiken
- Niet bij zwangerschap, borstvoeding of kinderen
- Verwarbaar met het giftige vingerhoedskruid
Conclusie
Smeerwortel is een van die kruiden waar de wetenschap de oude wijsheid grotendeels bevestigt. Een goede zalf op een verstuikte enkel of een stijve knie kan echt verlichten, en dat maakt deze plant bijzonder.
Tegelijk vraagt het om gezond verstand. Houd het op de huid, op gave plekken, voor korte tijd, en laat het nooit naar binnen. Met die regels in het achterhoofd is smeerwortel een waardevolle hulp uit de berm.
Gerelateerde artikelen
Geraadpleegde bronnen:
De onderstaande referenties vormen de inhoudelijke onderbouwing van dit artikel.
- Comfrey root, from tradition to modern clinical trials. Overzicht van de klinische studies naar uitwendig gebruik.
- Critical scoping review of external uses of comfrey. Beoordeling van het bewijs bij verstuikingen, rugpijn en artrose.
- Comfrey, Herbal Reality. Traditioneel gebruik, werkzame stoffen en veiligheid.
- Comfrey, LiverTox. Waarom de pyrrolizidine-alkaloïden de lever kunnen beschadigen.
- Smeerwortel, Provincie West-Vlaanderen. Botanische beschrijving en groeiplaatsen.
Veelgestelde vragen
Waar is smeerwortel goed voor?
Uitwendig wordt het gebruikt bij verstuikingen, kneuzingen, spierpijn en artrose. Een zalf met smeerwortelwortel verzachtte in onderzoek de pijn en zwelling.
Is smeerwortel giftig?
Smeerwortel bevat pyrrolizidine-alkaloïden die de lever kunnen beschadigen. Op gave huid en voor korte tijd is het doorgaans veilig, maar innemen is dat zeker niet.
Mag je smeerwortel innemen of er thee van drinken?
Nee, inwendig gebruik wordt sterk afgeraden vanwege het risico op leverschade. Gebruik smeerwortel uitsluitend op de huid.
Hoe gebruik je smeerwortel op de huid?
Met een kant-en-klare zalf of een kompres van smeerwortelpoeder met lauw water. Breng het alleen aan op hele huid en niet langer dan een paar weken achter elkaar.
Hoe herken je smeerwortel?
Het heeft ruwe, puntige bladeren en vanaf mei klokvormige bloemen in paars, roze of room. Zonder bloemen lijkt het op het giftige vingerhoedskruid, dat juist zachtere, rondere bladeren heeft.



















